Persbericht - Gemeenschapsinstellingen: actieplan voor infrastructuur, afzonderingen en pedagogisch kader

De gemeenschapsinstellingen, de gesloten jeugdinstellingen van de Vlaamse overheid, hebben een actieplan opgesteld voor onder meer infrastructuur, afzonderingen en pedagogisch kader. Dit op basis van eigen evaluaties, een recente doorlichting door Zorginspectie en de tussentijdse verslagen van de externe Commissie van Toezicht. “We werken continu aan een betere opvang voor jongeren in een gesloten setting, met respect voor hun rechten”, zegt woordvoerder Peter Jan Bogaert.


In de gemeenschapsinstellingen worden jongeren opgevangen en begeleid van/over wie de jeugdrechter oordeelt dat gesloten opvang nodig is. Dit kan zijn omwille van een delict, een onveilige thuissituatie of ernstige gedragsproblemen. De gemeenschapsinstellingen hebben opname- en behoudsplicht. Jaarlijks worden er zo’n 1.100 jongeren opgevangen. De verblijfsduur varieert van een paar weken tot een paar maanden. Jongeren verblijven er in leefgroepen van 6 tot 10 jongeren, er is onderwijs en psycho-sociale begeleiding op de campus en altijd staat een re-integratie voorop. Afhankelijk van het individueel traject, is er is een graduele verschuiving van een meer strikt naar een meer open regime met meer mogelijkheden voor externe activiteiten.

De gemeenschapsinstellingen zijn in volle transitie en bereiden zich infrastructureel en inhoudelijk voor op het nieuw jeugddelinquentierecht dat dit najaar ter bespreking ligt in het Vlaams parlement. Daar staat een herstelgerichte afhandeling en alternatieven voorop en blijft gesloten opvang voor jongeren de allerlaatste optie. Gemeenschapsinstellingen zullen zich in de toekomst ook quasi uitsluitend richten op jongeren die delicten plegen.

“Gesloten opvang moet altijd de allerlaatste optie blijven. Vrijheidsbeperking is niet evident, niet voor de jongere, niet voor zijn of haar omgeving”, zegt Peter Jan Bogaert. “Het verder concretiseren van internationale richtlijnen, waarbij gesloten opvang wordt verantwoord, is een goede evolutie waar we zelf ook met onze internationale partners willen op inzetten. Ondertussen zitten we zelf ook niet stil en hebben we een actieplan opgesteld.”

Dit actieplan is er gekomen op basis van eigen evaluaties, een recente doorlichting door Zorginspectie (specifiek rond vrijheidsbeperkende maatregelen) en de eerste tussentijdse verslagen van de Commissie voor Toezicht (extern toezicht, georganiseerd door het Kinderrechtencommissariaat)

De gemeenschapsinstellingen focussen op enkele thema’s:

  • Infrastructuur:
    • We passen de infrastructuur van de (isolatie)kamers aan in overeenstemming met de geldende standaarden: tijdsaanduiding, lichtregeling, oproepsysteem…
    • We zorgen ervoor dat in elke campus voldoende alternatieven aanwezig zijn, zoals binnen- en buitenruimtes, (prikkelarme) afzonderingskamers, zodat voor afzonderingen veel minder gebruik hoeft te worden gemaakt van isolatieruimtes.
    • Op dit moment wordt een nieuwe campus in Everberg gebouwd, waarbij het leefgroepgebouw volgend jaar klaar moet zijn. Ook in andere campussen (o.m in Beernem en in Mol) zijn de volgende jaren structurele verbouwings- en verbeteringswerken voorzien waarbij cellen zullen worden omgebouwd tot afzonderingskamers met een andere inrichting en een minder beperkend regime. Een meerjarenplanning ligt op tafel.
  • Isolaties (afzonderingen):
    • We bevestigen het al gehanteerde principe: enkel als de veiligheid van de jongere zelf, andere jongeren of de begeleiders in het gedrang komt, gaan we over tot afzondering of isolatie, altijd zo kort als mogelijk en steeds na multidisciplinair overleg.
    • Aan fixatie doen we niet.
    • We zien nog verbetermarge en zijn we bezig om bij te sturen, methodieken in te zetten om crisissen te voorkomen en meer alternatieven bij een daadwerkelijke crisissituatie uit te werken. Dit hangt ook samen met de hoger beschreven infrastructurele ingrepen.
    • Er zullen interne audits worden uitgevoerd rond vrijheidsbeperkende maatregelen met aandacht voor registratie.
    • We gaan na welke impact de gebruikte methoden in conflict- of crisissituaties hebben op het afzonderen van jongeren. We koppelen aan deze gegevens aanbevelingen voor de training en toepassing van deze methoden in de praktijk.
  • Pedagogisch kader:
    • Dit optimaliseren we voortdurend. We evolueren bovendien naar een meer herstelgerichte aanpak.
    • We streven naar een meer uniforme aanpak op de werkvloer, maar vergeten daarbij niet dat we altijd naar een traject op maat streven. We blijven inzetten op centraal aangestuurde processen.
    • We zetten in op het waarborgen van een positief leefklimaat, onder meer via gestandaardiseerde bevragingen bij jongeren, ouders en personeel, een evenwichtig sanctiebeleid en het versterken van de autonomie en keuzemogelijkheden van jongeren.
    • We installeren een systeem van periodiek overleg tussen de externe commissie van toezicht (KRC) en de interne klachtenbehandelaars met het oog op onderlinge ervaringsuitwisseling en maximale efficiëntie inzake klachtenbehandeling.